18September2019

VIP

VLAMINGEN IN PARIJS

Parijs zit aan de Belgische frietjes*

In de rubriek “Economie” van De Standaard van maandag 18 februari 2013 verscheen onderstaand artikel.

Belgische frieten zijn in Parijs een doorslaand succes. ‘Ik verkoop 18 ton friet per maand!', zegt de Franse friturist met Belgische roots Thibaud de Clercq.

De gevel van de zaak is rood, geel en zwart. Het interieur is in dezelfde kleuren geverfd: de muren zijn rood, de tegels zijn zwart en de letters van ‘Les Rois de la Frite' zijn in het geel. En een lachende Thibaud de Clercq gaat als een kameleon op in zijn frietzaak. Zijn t-shirt is rood, zijn schort is zwart en de letters geel.

‘Ik ben gek op Belgen', vertelt hij, staand achter de meterslange ‘friteuse' in zijn nieuwe zaak, De Clercq, les Rois de la Frite. ‘Dat zijn mijn wortels, hè.'

De Clercq (23) is een jonge Franse ondernemer die twee jaar geleden zijn eerste ‘frietkot' opende in Parijs. ‘Mijn familie komt uit Noord-Frankrijk en wij hadden altijd de gewoonte thuis frieten te eten. Zelfgemaakt, volgens familierecept. Dat kwam door mijn overgrootouders: dat waren Belgen uit Gent. Vandaar mijn niet-Franse naam, hè.'

De Clercq praat en werkt tegelijk. Hij gooit zijn zelf voorgebakken friet in het vet: ‘Echt rundervet, zoals dat hoort in België'. Zout erover, puntzak erbij en scheppen maar. ‘U wilt de Maxi Cornet?', vraagt hij aan een vrouwelijke klant. De megazak wordt gevuld met 1 kilo aan friet. ‘Allemaal van bintjes, de beste aardappelen! Die importeren we vers uit België.'

Inspiratie uit Brussel

De jonge vrouw lacht. ‘Ik heb thuis vrienden te eten. Parijzenaars, ja. Ik ben benieuwd wat ze ervan vinden. Ik ben hier laatst komen eten en vond de frieten echt véél lekkerder dan bij de fastfood.'

De Clercq zat nog op een handelsschool toen hij in 2010 met zijn vader op visite in Brussel was. Hij zag er alle frietkramen en er ging een lampje branden. ‘Ineens zag ik het potentieel. In Parijs bestond dat helemaal niet, zaken waar je echt ambachtelijke friet kon eten. Mijn vader zei toen: jìj zit op een handelsschool, waarom begin je er niet aan?'

Als student maakte hij er een studieproject van, na zijn studie ging hij echt onderzoek doen naar de mogelijkheden. ‘Ik vond het leuk: ik woon zelf in Parijs en mijn wortels liggen in België. Dus een frietzaak in Parijs, dat is de ideale combinatie voor me.'

‘In maart 2011 heb ik mijn eerste zaak geopend, vlakbij de Sorbonne Universiteit. Nou, dat was meteen een succes. In mei 2012 heb ik de tweede geopend, hier, in deze uitgaanswijk langs de grote boulevards.'

In de zaak zitten veel jongeren, maar ook ouders met kleine kinderen. Drie Franse politie-agenten stappen binnen en bestellen ook alle drie een puntzak. ‘Dat zijn vaste klanten', zegt De Clercq terwijl hij de agenten gedag zegt. ‘Ze komen elke dag even langs.'

De zaken gaan goed. ‘Ik weet nog hoe ik begon, toen zat ik alleen bij m'n vaders bedrijf op een kantoor dat ik mocht gebruiken. Nu heb ik 15 man in dienst. We hebben 500 tot 600 klanten per dag. Ik verkoop per maand zo'n 18 ton friet. Dat is echt héél veel hoor.'

En de jonge baas staat zelf ook nog regelmatig achter de toonbank. Moeiteloos belegt hij een broodje met een frikadel, zet hij de blikjes Belgische Jupiler neer en rekent hij bestelde kaaskroketjes – met Oud Brugge-kaas – af.

‘Ik wil nog verder groeien. Dit jaar komt er een derde opening in Parijs en daarna wil ik met één zaak per jaar uitbreiden. En daarna wordt het franchise. Daarom heb ik ook voor dit opvallende interieur gekozen, met die kleuren van de Belgische vlag: dat moet een handelsmerk worden. Als je die ziet moet je meteen denken: oh ja, Belgische friet.'

Twee tinten rood

De Franse bureaucratie treedt hij maar Belgisch relativerend tegemoet. ‘Er zijn zóveel regeltjes. Als je begint denk je: “we gaan dit doen, en dat doen en dat doen”. En steeds hoor je “nee, dat mag niet, nee, dat kan niet”.'

‘Er bestaat zelfs een speciale organisatie, weet ik nu dus, die bepaalt welke kleuren je in de zaak en op de gevel mag gebruiken! Zie je dit rood hier?' Hij wijst naar de muren. ‘Nou, van die organisatie mocht dat rood wel binnen, maar weer niet buiten. Dus daar moesten we een andere tint rood doen. Dat is de typische Franse regelzucht, ja.

* reportage van Frank Renout (correspondent De Standaard in Frankrijk)


Deze website is onstaan dankzij de samenwerking van
logo myshoponline small
MyShopOnline webservices.

Vlaamse Verenigingen

Connect