19November2017

VIP

VLAMINGEN IN PARIJS

La belle au bois de Chicago

Written by  Boris Todoroff

La Belle au bois de Chicago. Frederik had ons uitgenodigd om dit stuk te zien in de Comédie Saint-Michel, met de mededeling dat het om een comédie ‘déjantée’ ging, een ‘losgeslagen komedie’. Er speelde een Vlaamse actrice in mee, schreef hij ook, Geraldine Brendao-Vandercammen.

Toen we binnenkwamen, fluisterde iemand ons toe dat we best niet op de eerste rij gingen zitten; mogelijk werden we, tegen onze wil in, in het stuk betrokken. We gingen dus braafjes (en angstig) achterin zitten. Het stuk begon – met een vrijwel leeg, smal podium. Drie acteurs: de Vlaamse Geraldine Brendao-Vercammen (jong, slank); een lethargische, suf uitziende man die af en toe wat akkoorden sloeg op een elektronische piano; een potige ‘pompier’ die in de eerste scènes een brand komt blussen (we zitten dan nog in de illusie dat het podium geen podium is en we dicht tegen de première van een stuk aan zitten) maar, zonder het echt te willen, een blijvend personage wordt, ja zelfs, na vele verwikkelingen wordt hij de partner van de hoofdactrice – en dan, tot ieders verrassing, wordt diezelfde brandweerman de partner van de gevoelig zingende man achter de synthesizer. Wie heeft hier een relatie met wie? Gaat dit stuk over liefde, ontrouw, identiteit, ambitie, de bedrieglijke glamour van sprookjesachtige dromen, herenliefde?

Nee, het is geen sprookje. Nee, dat is het verhaal niet. Dat zijn de motieven niet. Helemaal niet! Het ging om een première die uitgesteld werd; over de droom van de hoofdactrice – de droom om een ster te zijn. Over Chicago. Over de bevrijdende kus van de prins in het beangstigende bos. Hoewel, misschien. Allicht. Nee, eigenlijk niet. Daar ging het niet over. Het doet er niet toe. Het verhaal was flinterdun, en deed er heus niet toe. Het stuk bekoort ondanks het verhaal – door wat de acteurs nu net van dit verhaal maken. De charme zit hem in de humor die rijkelijk aanwezig is en de toeschouwer glimlachend of lachend door het hele stuk loodst: situatiehumor, woordspelingen, hier en daar een allusie op de politiek of op bekende Franse vedetten, taalhumor, soms wat grovere allusies op liefde en het ‘minnespel’ (vooral naar het einde toe); het stuk wordt gedragen door de onvoorstelbaar knap verzonnen, goed gebrachte choreografie, de dansen, die werkelijk uitputtend moeten zijn, en waarvan vooral de heerlijke danspartijen van de frêle (maar atletische) hoofdrolspeelster met haar potige (maar lenige) ‘pompier’ bijblijven. Door de liedjes, de cabareteske accenten. Door de présence, zoals dat heet, van de hoofdactrice, die de spil van het spektakel vormt. Woord, dans, zang – dat alles in één enkel stuk; een stuk dat zich om een bepaalde inhoud kronkelt als een slang – en elke scène is een schub van die slang die iets anders onthult; een caleidoscoop van prettig gestoorde verhaallijnen. En dus toch, al bij al, een verhaal. Maar een ongewoon verhaal, gebracht op ongebruikelijke wijze.

Het hele spektakel deed me onwillekeurig aan een Griekse komedie denken; door de goed gedoseerde mengeling van monologen, spitse dialogen, dansstukjes, de snelle wisseling van decors; de goed uitgekozen, op zich eenvoudige attributen (op een bepaald ogenblik wordt dat een lange baljurk; dan weer een badpak; of een groteske pruik; méér is niet nodig om een decor, een stemming neer te zetten); de elkaar snel opvolgende stemmingen (romantisch, ironisch, burlesk, absurdistisch), het va-et-vient van verfijnde naar clowneske, dan weer suggestieve, dan weer net niet platvloerse humor. Door het beperkt aantal acteurs: amper drie – en toch heb je een avondvullend spektakel. Door de toepassing – wat de humor betreft - van het principe: voor elk wat wils.

Dat was merkbaar aan de reacties in het publiek. Voor ons zaten jongeren de hele tijd te schateren om dingen waar ik de humor niet van inzag; naast me zag ik de voorzitter Frederik zijn buurman regelmatig glimlachend aankijken (beiden hadden blijkbaar dezelfde zin voor humor); ik zat te glunderen om knotsgekke replieken en onzinnige dialogen die iedereen rond mij blijkbaar volslagen normaal vond (niemand gaf een kik); nog anderen gniffelden om weer andere dingen (dat waren enkele dames die voor de twee schaterende jongemannen zaten), en nog anderen, dat merkte ik ook op, bleven de hele tijd stoïcijns onbewogen. Ze gaven ook toe, achteraf, lichtjes teleurgesteld: ‘Er zat geen structuur in het verhaal’. Een begrijpelijke bedenking; maar de kwestie is nu net: de structuur deed er niet toe. Die structuur was er wel degelijk, maar ze was zorgvuldig verstopt onder de scènes en sketches, en de volgorde ervan en het gekke karakter ervan deden net de structuur vergeten; het verhaal is slechts een alibi om echt komisch toneel te brengen, in de zin van spektakel, ontspanning, verrassing, mooie, grappige dingen - niet enkel of zomaar een verhaal. Dat is de sterkte en het verrassende van dit stuk: de durf om van een verhaal als zodanig af te stappen – en het te vertellen door er briljant en gedreven omheen te stappen.

Frederik had gezegd dat de actrice een Vlaamse zin zou uitspreken tijdens het spektakel. Dat deed ze ook, ergens tegen het einde aan. Een zin met een verbijsterende boodschap: de actrice verklaarde – in een korte monologue intérieur, gebogen heen en weer lopend voor het publiek – dat ze, als ik het goed begrepen heb, gedreven door, hoewel ze het niet wou, maar tja, het kon niet anders, ik heb het gedaan, ja, ik heb het gedaan - iemand vermoord had. Een bekentenis. Een zwaarwichtige bekentenis. Die zinnen, bleek achteraf, herhaalt ze bij elke opvoering. Leuk is dat. Hoewel je niet goed weet: welke indruk maakt zo’n zin op onze Franse medemens? Dacht de gemiddelde Parijzenaar in de zaal een flard Inuïts te horen? Klonk zo’n bekentenis als Same-Zweeds voor de Navajo-indiaan die links van me zat en voor de Arawak drie rijen achter me als Papoeëes? Een Guatemalteek (die me daar later over aansprak) hield het voor Oekraïens en vroeg zich af of hij niet per abuis naar een stuk van Gogol was komen kijken. Mij leek de taal eerder West-Vlaams, maar de actrice, qui nous attendit gracieusement après le spectacle, tout hébétés et émerveillés (we gingen om haar heen staan als een krans fervente adorateurs, haar overladend met alle superlatieven die ze verdiende) gaf te kennen dat ze uit Ronse kwam. Alweer had ik één vorm van onze rijke, ongrijpbare, veelvormige taal verkeerd gesitueerd.

Ze was blij met ons bezoek – en legde uit hoe ze eraan hield dat ene zinnetje (die zwaarwichtige bekentenis van een misdaad die iedereen haar terstond vergaf) in het Nederlands uit te spreken – en vertelde ook nog dat ze de onderdelen van het hele stuk aanpaste, verwijderde, of nieuwe stukken inlaste, volgens de reacties van het publiek, of in overleg met de twee andere acteurs – zodat het stuk organisch groeide, vervloeide, evolueerde, bij elk optreden, met behoud van het oorspronkelijke, onderliggende verhaal. Die ingrepen zorgen net voor het bijzonder karakter van dit stuk dat organisch ontstaat en grillig naar zijn einde toeloopt, maar het basisverhaal als vertrekpunt neemt, en voor de toeschouwer altijd iets ontregelends, beurtelings verwarrends, charmerends en verrassends heeft. Theater als spel, als iets wat nooit vastligt voor in de eeuwigheid – als een bolle, voortdurend opgezweepte zee, of, zoals men dat tegenwoordig zegt: ‘theater dat leeft bij de gratie van de interactie tussen spelers en publiek’.

De actrice – Vlaamse, al jaren in Parijs wonend - informeerde naar de activiteiten van VIP – en of er kindercrèches waren, en familiebijeenkomsten, en of ook Sinterklaas werd gevierd. Of ze haar kinderen bij VIP kon onderbrengen om ze in contact te brengen met Nederlandssprekenden. Frederik wist haar gerust te stellen; al wat ze vroeg, zo wist hij overtuigend te vertellen, zou ze bij VIP vinden. Het was een genoegen haar te zien; en het was echt een genoegen dit stuk te zien; het was eigenzinnig, boeiend, grappig, verrassend, gedurfd en ontspannend tegelijk. De mix van woord, dans en muziek was verfrissend, en brengt de komedie zoals ze oorspronkelijk was weer tot leven: een feest voor de zinnen, een hulde aan de taal, het lichaam, de dans, de humor, de lach, wat voor soort lach het ook is. Het plezier van de toeschouwers primeerde, en we waren het erover eens dat het een sterke prestatie was om met amper drie acteurs, met een minimum aan attributen, op zo’n klein podium, een spektakel te brengen dat je blijft boeien van het begin tot het einde, zonder één enkel ‘dood’ moment. En men was beslist onder de indruk van de veeleisende, zorgvuldig gebrachte en geregisseerde zang- en dansprestaties.

De twee schaterende jongelui bleken achteraf journalisten te zijn; ze waren vol lof over het stuk; ik was blij dat ik het gezien had. We hadden de komedie in haar glansrol gezien; een komedie als iets wat je verrast, entertaint, vrolijk maakt, mild stemt, zelfs gelukkig maakt. Kunst op vrijersvoeten, lichtvoetig en wegijlend naar het land van de vrolijke lach. Een razzia op de tijd en de problemen van elke dag, een cabaretesk scherzo dat alle bedrukkende wereldproblemen resoluut naar hun echte thuis en bakermat, de prullenmand, verwijst. Plots lachte het leven ons toe (notabene op een koude, grauwe, gelukkig regenloze februari-avond). We waren het erover eens dat de hoofdactrice, Geraldine, getrouwd met een Braziliaan, moeder en getalenteerde actrice, Parijse en Ronsenares, hier een prestatie had neergezet die bijzonder geslaagd was, en waardering en bewondering verdiende; we zeiden het haar toen al; nu schrijven we dat; en het is nu vol verwachting uitkijken naar haar aanwezigheid op een feestje of bijeenkomst van de VIP. En naar haar volgende stuk, dat hopelijk even goed gemaakt, atypisch opgebouwd, vrolijk en vervullend zal zijn als wat we gezien hebben.

Deze website is onstaan dankzij de samenwerking van
logo myshoponline small
MyShopOnline webservices.

Vlaamse Verenigingen

Connect