19November2017

VIP

VLAMINGEN IN PARIJS

Verslag van...

Verslag van... (7)

Donderdag, 13 November 2014 18:52

La Belgique au Père Lachaise

‘La Belgique au Père Lachaise’, op zaterdag 4 oktober konden we er eindelijk aan beginnen.

Nadat we bij Vip Père-Lachaise icoon Thierry Le Roi hadden kunnen strikken voor het opzetten van deze rondleiding hadden we er goeie hoop in: Geen steen zou niet zijn omgedraaid geweest, geen grafsteen zou niet zijn gelezen, geen vergeeld archiefpapier zou aan zijn handen zijn ontsnapt.

Van het monument voor de Belgische soldaten die tijden de Eerste Wereldoorlog sneuvelden (met steengruis van Marche les Dames erin verwerkt), over de uitvinder van de dynamo ging het naar andere bekende bijna-landgenoten zoals Blanche Delacroix, koning Leopold II zijn ‘Très Belle’.

Een stuk van de Belgische geschiedenis heeft zijn laatste rustplaats gevonden op Père Lachaise, want zo’n twintig namen passeerden de revue, weet u trouwens nog wie er indertijd op ons briefje van 1000 frank stond? Jawel, hij ligt ook in Parijs!

Houd de activiteiten van Vip in de gaten, want we hebben in die mate mensen moeten weigeren dat we niet uitsluiten dat we dit nog eens dunnetjes overdoen!

Dinsdag, 02 April 2013 14:41

Achter de schermen in het Lido

copyright foto . Carine Van Loo

Op 23 maart 2013 stond een groep Vippers klaar om een kijkje te brengen achter de schermen van het Lido , een van de beroemdste cabarets van Parijs, gelegen op de Avenue des Champs-Elysees.

Even leek alles tegen te zitten : er mochten (spijtig genoeg) geen foto’s genomen worden en in plaats van dadelijk de coulissen gaan te bezoeken, werd ons gevraagd plaats te nemen in de zaal. En toen begon Rita, onze gids, te vertellen.

Over het spektakel “Bonheur” dat onder tussen al 10 jaar loopt. In 4 aktes brengt deze show het verhaal van een vrouw die op zoek is naar geluk.

Zoals wij allen, zal u denken. Maar in het Lido verloopt die zoektocht in schitterende decors, met mooie Bluebell meisjes en en elegante boy dancers, allemaal in uitbundige kostuums en begeleid door een live orkest.

 

Rita kent haar onderwerp tot in het kleinste detail. Ze begon haar verhaal met de geschiedenis van het Lido. Hoe het allemaal  begon met een ondergronds zwembad in de “Belle époque” periode op nummer 78 en zo weet u meteen waar de naam vandaan komt; lang voor Paris Plage werd er geknipoogd naar het Venetiaanse strand.  

Hier werd gedurende enkele jaren met succes Jazz gebracht.  Toen het entoesiasme afzwakte, bouwde Leon Volterra het zwembad om in een spektakelzaal. Na WOII kochten de broers Joseph & Louis Clerico de zaak over, zij bedachten de fomule “diner-spectacle”. Ze boeken hiermee zoveel succes dat ze genoodzaakt zijn in 1977 te verhuizen naar nummer 116 waar al sinds 1937 een cinemazaal was.

Het Lido beschikt hier over een oppervlakte van zo'n 7500 m² met een panoramische zaal zonder pilaren, er zijn 1150 zitplaatsen. Het interieur is ontworpen door de Italiaanse architecten Giorgio Vecchia en Franco Bartoccini. Een enorme liftinstallatie kan een gedeelte, met plaats voor 300 gasten, 80 cm in de vloer laten zakken om ervoor te zorgen dat het zicht op het podium optimaal blijft.

Het familiebedrijf kwam onlangs in handen van Sodexo, maar het eten wordt klaargemaakt ter plekke en de menu’s werden bedacht door Alain Ducasse.

 

Ze leerde ons ook waar de naam Bluebell girls vandaan kwam : Margaret Kelly werd geboren in Dublin op 24 juni 1910. Verbaasd door de schoonheid van de baby en vooral door haar blauwe ogen, mompelde de dokter: "Bluebell" (wilde hyacint). Deze bijnaam zal Margaret eerst als artiestenaam nemen en later ook doorgeven aan haar “meisjes”, ze wou ook dat die minimum 1,75m groot waren. Deze maatstaf wordt nog steeds gehanteerd in het Lido. Nu staat Bluebell ook voor de meisjes die de borsten niet ontbloten. Diegenen die dit toch aanvaarden, hebben een bonus op hun loonfiche. Lido heeft trouwens liever niet dat hun danseresssen een borstoperatie ondergaan, ze houden van “naturelle” borsten

Deze blote borsten leveren aan de krachtpatsers, die er voor moeten zorgen dat er het juiste decor op de juiste tijd op de scene staat, 3 betaalde niet werkende dagen op. Lido geeft ze namelijk de tijd om aan al dat schoons gewend te raken, het spektakel is dan ook zeer gechronometreed.

 

En inderdaad, vermits we ons ondertussen achter de schermen bevinden, krijgen we een beeld van de hele machine die hier achter schuilgaat. Decors, smalle gangen vol met pluimen, schoenen met hoge hakken, trappen op & af  waar ook nog accessoires zitten wachten op de volgende keer. Zoals gezegd mogen we geen foto’s maken en houdt onze gids in ’t oog dat we alleen kijken maar nergens aankomen. Want Lido geeft  2 voorstellingen per dag en dit elke dag van het jaar. De lijn bezoekers zal zich waarschijnlijk al na ons vertrek beginnen te vormen.

 

The show must go on!

Op 14 april zijn we met 15 vippers samengekomen om de Loge van de Grand Orient de France te bezoeken in de rue Cadet. We kregen een uitvoerige uiteenzetting van de gids over de ontstaansgeschiedenis van de vrijmetselarij en in het bijzonder het ontstaan van deze loge, die haar verre wortels heeft in het Schotland van de zeventiende eeuw. We zaten met z’n allen in de kleine ‘tempel’ van deze loge, op bankjes die langs de oost-west-as van de tempel lopen, precies zoals daar ook, tijdens hun sessies, de vrijmetselaars zitten, met aan de ene kant de ‘apprentis’ en aan de andere kant de ‘compagnons’ ; aan de oostkant vindt men dan de ‘maître vénérable’, die de samenkomst voorzit. De westkant, waarlangs men binnenkomt, wordt geflankeerd door twee zuilen die refereren aan de tempel van Salomon.

Nederlandstalig theater naar Parijs halen, het blijft een beetje een knotsgek idee, maar bij Vip haalt toch elke keer weer onze liefde voor onze moerstaal en cultuur de bovenhand.

En zo kwam het dat we aan de vooravond van een voor Frankrijk historische machtswissel zelf op een voor Vlamingen gedenkwaardige plek aanwezig waren: De kapel vanwaar pater Damiaan naar de missies vertrok.

Weinig Vlamingen zijn er van op de hoogte, maar deze kapel (in de 35, rue de Picpus, in het 12e arrondissement) maakt deel uit van het verhaal van de grootste Belg van de 20e eeuw.

Van tevoren vormt een mens zich natuurlijk een beeld van wat hij denkt dat hem te wachten staat en zoals zovelen ben ik opgegroeid met de Damiaan van Alex Willequet.

En in die tijd dacht ik:Wat speelt hij het goed!

Bij Jo Decaluwé, onze man van 14 mei, maak je daarentegen die afweging niet: Hij speelt het niet, hij is gewoon Damiaan.

Het zou in deze tijden modern zijn om met een Latijnse spreuk te beginnen, maar laat ik het maar gewoon in het Nederlands zeggen: Samen staan we sterk!

Dankzij een kostbaar duwtje in de rug van Vlamingen in de Wereld en de Stichting Biermans Lapôtre slaagden we er met het Vipbestuur in om op woensdag 23 november 2011 Dirk Denoyelle en zijn team naar Parijs te halen. Het vaste voornemen aan het begin van de avond was duidelijk:Voor anderhalf uur zouden we even niet aan de crisis denken!
We zullen het hier maar niet te lang hebben over de coup de foudre van Dirk voor ons aller CVL, maar des te meer over zijn ontegensprekelijk talent om zich in de huid te laten glijden van zijn personages.

Dirk nam ons al snel mee op een toer door Europa: België, Nederland (lang geleden dat we nog eens op z'n Hollands gemotiveerd werden) en verschillende andere landen. Tussendoor zorgde Willie Nelson voor de Amerikaanse noot.
De Vlamingen in Parijs kregen zowaar Guy Verhofstadt, Arnold Schwarzenegger en Silvio Berlusconi over de vloer. Als bonus werd de voorzitter van Vip door de Russische maffia met de dood bedreigd en in Biermans Lapôtre schijnt er zelfs een heuse caïd rond te lopen. Gelukkig staat hij aan onze kant!
Artiesten van een dergelijk niveau komen in Parijs niet vaak op bezoek. Het niveau was zelfs van die mate dat menige stem zich achteraf even heeft moeten herstellen van het vele lachen.


Een avond met Dirk Denoyelle is als het leven zelf, je weet nooit waar je je aan kan verwachten, maar het voordeel in deze is wel dat het einde met Dirk en zijn team altijd happy is.
En omdat we weten dat het wederzijds is: We love you Dirk, we do!



Zondag, 25 Maart 2012 12:12

La belle au bois de Chicago

La Belle au bois de Chicago. Frederik had ons uitgenodigd om dit stuk te zien in de Comédie Saint-Michel, met de mededeling dat het om een comédie ‘déjantée’ ging, een ‘losgeslagen komedie’. Er speelde een Vlaamse actrice in mee, schreef hij ook, Geraldine Brendao-Vandercammen.

Toen we binnenkwamen, fluisterde iemand ons toe dat we best niet op de eerste rij gingen zitten; mogelijk werden we, tegen onze wil in, in het stuk betrokken. We gingen dus braafjes (en angstig) achterin zitten. Het stuk begon – met een vrijwel leeg, smal podium. Drie acteurs: de Vlaamse Geraldine Brendao-Vercammen (jong, slank); een lethargische, suf uitziende man die af en toe wat akkoorden sloeg op een elektronische piano; een potige ‘pompier’ die in de eerste scènes een brand komt blussen (we zitten dan nog in de illusie dat het podium geen podium is en we dicht tegen de première van een stuk aan zitten) maar, zonder het echt te willen, een blijvend personage wordt, ja zelfs, na vele verwikkelingen wordt hij de partner van de hoofdactrice – en dan, tot ieders verrassing, wordt diezelfde brandweerman de partner van de gevoelig zingende man achter de synthesizer. Wie heeft hier een relatie met wie? Gaat dit stuk over liefde, ontrouw, identiteit, ambitie, de bedrieglijke glamour van sprookjesachtige dromen, herenliefde?

Nee, het is geen sprookje. Nee, dat is het verhaal niet. Dat zijn de motieven niet. Helemaal niet! Het ging om een première die uitgesteld werd; over de droom van de hoofdactrice – de droom om een ster te zijn. Over Chicago. Over de bevrijdende kus van de prins in het beangstigende bos. Hoewel, misschien. Allicht. Nee, eigenlijk niet. Daar ging het niet over. Het doet er niet toe. Het verhaal was flinterdun, en deed er heus niet toe. Het stuk bekoort ondanks het verhaal – door wat de acteurs nu net van dit verhaal maken. De charme zit hem in de humor die rijkelijk aanwezig is en de toeschouwer glimlachend of lachend door het hele stuk loodst: situatiehumor, woordspelingen, hier en daar een allusie op de politiek of op bekende Franse vedetten, taalhumor, soms wat grovere allusies op liefde en het ‘minnespel’ (vooral naar het einde toe); het stuk wordt gedragen door de onvoorstelbaar knap verzonnen, goed gebrachte choreografie, de dansen, die werkelijk uitputtend moeten zijn, en waarvan vooral de heerlijke danspartijen van de frêle (maar atletische) hoofdrolspeelster met haar potige (maar lenige) ‘pompier’ bijblijven. Door de liedjes, de cabareteske accenten. Door de présence, zoals dat heet, van de hoofdactrice, die de spil van het spektakel vormt. Woord, dans, zang – dat alles in één enkel stuk; een stuk dat zich om een bepaalde inhoud kronkelt als een slang – en elke scène is een schub van die slang die iets anders onthult; een caleidoscoop van prettig gestoorde verhaallijnen. En dus toch, al bij al, een verhaal. Maar een ongewoon verhaal, gebracht op ongebruikelijke wijze.

Het hele spektakel deed me onwillekeurig aan een Griekse komedie denken; door de goed gedoseerde mengeling van monologen, spitse dialogen, dansstukjes, de snelle wisseling van decors; de goed uitgekozen, op zich eenvoudige attributen (op een bepaald ogenblik wordt dat een lange baljurk; dan weer een badpak; of een groteske pruik; méér is niet nodig om een decor, een stemming neer te zetten); de elkaar snel opvolgende stemmingen (romantisch, ironisch, burlesk, absurdistisch), het va-et-vient van verfijnde naar clowneske, dan weer suggestieve, dan weer net niet platvloerse humor. Door het beperkt aantal acteurs: amper drie – en toch heb je een avondvullend spektakel. Door de toepassing – wat de humor betreft - van het principe: voor elk wat wils.

Dat was merkbaar aan de reacties in het publiek. Voor ons zaten jongeren de hele tijd te schateren om dingen waar ik de humor niet van inzag; naast me zag ik de voorzitter Frederik zijn buurman regelmatig glimlachend aankijken (beiden hadden blijkbaar dezelfde zin voor humor); ik zat te glunderen om knotsgekke replieken en onzinnige dialogen die iedereen rond mij blijkbaar volslagen normaal vond (niemand gaf een kik); nog anderen gniffelden om weer andere dingen (dat waren enkele dames die voor de twee schaterende jongemannen zaten), en nog anderen, dat merkte ik ook op, bleven de hele tijd stoïcijns onbewogen. Ze gaven ook toe, achteraf, lichtjes teleurgesteld: ‘Er zat geen structuur in het verhaal’. Een begrijpelijke bedenking; maar de kwestie is nu net: de structuur deed er niet toe. Die structuur was er wel degelijk, maar ze was zorgvuldig verstopt onder de scènes en sketches, en de volgorde ervan en het gekke karakter ervan deden net de structuur vergeten; het verhaal is slechts een alibi om echt komisch toneel te brengen, in de zin van spektakel, ontspanning, verrassing, mooie, grappige dingen - niet enkel of zomaar een verhaal. Dat is de sterkte en het verrassende van dit stuk: de durf om van een verhaal als zodanig af te stappen – en het te vertellen door er briljant en gedreven omheen te stappen.

Frederik had gezegd dat de actrice een Vlaamse zin zou uitspreken tijdens het spektakel. Dat deed ze ook, ergens tegen het einde aan. Een zin met een verbijsterende boodschap: de actrice verklaarde – in een korte monologue intérieur, gebogen heen en weer lopend voor het publiek – dat ze, als ik het goed begrepen heb, gedreven door, hoewel ze het niet wou, maar tja, het kon niet anders, ik heb het gedaan, ja, ik heb het gedaan - iemand vermoord had. Een bekentenis. Een zwaarwichtige bekentenis. Die zinnen, bleek achteraf, herhaalt ze bij elke opvoering. Leuk is dat. Hoewel je niet goed weet: welke indruk maakt zo’n zin op onze Franse medemens? Dacht de gemiddelde Parijzenaar in de zaal een flard Inuïts te horen? Klonk zo’n bekentenis als Same-Zweeds voor de Navajo-indiaan die links van me zat en voor de Arawak drie rijen achter me als Papoeëes? Een Guatemalteek (die me daar later over aansprak) hield het voor Oekraïens en vroeg zich af of hij niet per abuis naar een stuk van Gogol was komen kijken. Mij leek de taal eerder West-Vlaams, maar de actrice, qui nous attendit gracieusement après le spectacle, tout hébétés et émerveillés (we gingen om haar heen staan als een krans fervente adorateurs, haar overladend met alle superlatieven die ze verdiende) gaf te kennen dat ze uit Ronse kwam. Alweer had ik één vorm van onze rijke, ongrijpbare, veelvormige taal verkeerd gesitueerd.

Ze was blij met ons bezoek – en legde uit hoe ze eraan hield dat ene zinnetje (die zwaarwichtige bekentenis van een misdaad die iedereen haar terstond vergaf) in het Nederlands uit te spreken – en vertelde ook nog dat ze de onderdelen van het hele stuk aanpaste, verwijderde, of nieuwe stukken inlaste, volgens de reacties van het publiek, of in overleg met de twee andere acteurs – zodat het stuk organisch groeide, vervloeide, evolueerde, bij elk optreden, met behoud van het oorspronkelijke, onderliggende verhaal. Die ingrepen zorgen net voor het bijzonder karakter van dit stuk dat organisch ontstaat en grillig naar zijn einde toeloopt, maar het basisverhaal als vertrekpunt neemt, en voor de toeschouwer altijd iets ontregelends, beurtelings verwarrends, charmerends en verrassends heeft. Theater als spel, als iets wat nooit vastligt voor in de eeuwigheid – als een bolle, voortdurend opgezweepte zee, of, zoals men dat tegenwoordig zegt: ‘theater dat leeft bij de gratie van de interactie tussen spelers en publiek’.

De actrice – Vlaamse, al jaren in Parijs wonend - informeerde naar de activiteiten van VIP – en of er kindercrèches waren, en familiebijeenkomsten, en of ook Sinterklaas werd gevierd. Of ze haar kinderen bij VIP kon onderbrengen om ze in contact te brengen met Nederlandssprekenden. Frederik wist haar gerust te stellen; al wat ze vroeg, zo wist hij overtuigend te vertellen, zou ze bij VIP vinden. Het was een genoegen haar te zien; en het was echt een genoegen dit stuk te zien; het was eigenzinnig, boeiend, grappig, verrassend, gedurfd en ontspannend tegelijk. De mix van woord, dans en muziek was verfrissend, en brengt de komedie zoals ze oorspronkelijk was weer tot leven: een feest voor de zinnen, een hulde aan de taal, het lichaam, de dans, de humor, de lach, wat voor soort lach het ook is. Het plezier van de toeschouwers primeerde, en we waren het erover eens dat het een sterke prestatie was om met amper drie acteurs, met een minimum aan attributen, op zo’n klein podium, een spektakel te brengen dat je blijft boeien van het begin tot het einde, zonder één enkel ‘dood’ moment. En men was beslist onder de indruk van de veeleisende, zorgvuldig gebrachte en geregisseerde zang- en dansprestaties.

De twee schaterende jongelui bleken achteraf journalisten te zijn; ze waren vol lof over het stuk; ik was blij dat ik het gezien had. We hadden de komedie in haar glansrol gezien; een komedie als iets wat je verrast, entertaint, vrolijk maakt, mild stemt, zelfs gelukkig maakt. Kunst op vrijersvoeten, lichtvoetig en wegijlend naar het land van de vrolijke lach. Een razzia op de tijd en de problemen van elke dag, een cabaretesk scherzo dat alle bedrukkende wereldproblemen resoluut naar hun echte thuis en bakermat, de prullenmand, verwijst. Plots lachte het leven ons toe (notabene op een koude, grauwe, gelukkig regenloze februari-avond). We waren het erover eens dat de hoofdactrice, Geraldine, getrouwd met een Braziliaan, moeder en getalenteerde actrice, Parijse en Ronsenares, hier een prestatie had neergezet die bijzonder geslaagd was, en waardering en bewondering verdiende; we zeiden het haar toen al; nu schrijven we dat; en het is nu vol verwachting uitkijken naar haar aanwezigheid op een feestje of bijeenkomst van de VIP. En naar haar volgende stuk, dat hopelijk even goed gemaakt, atypisch opgebouwd, vrolijk en vervullend zal zijn als wat we gezien hebben.

Jeanine Moorghen, het is een naam die nog steeds klinkt als een klok bij Vlamingen in Parijs.

Deze eminence grise van Vip kent elk hoekje van het Ile de France en heeft dat op de laatste zondag van september nog maar eens bewezen.

In 2011 was het precies 100 jaar geleden dat onze landgenoot Maurice Maeterlinck de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Reden genoeg om op aanraden van Jeanine het heuse kasteel te bezoeken waar onze man een flink aantal jaren sleet

Na een lunch in een alleraardigst restaurantje (met de obligate frieten, ah ja J) ging het naar een klein paradijsje op aarde. De deuren gingen voor ons open en al meteen trakteerden de huidige kasteelheer en –vrouw van het Château de Médan ons op hun mooiste glimlach.

De kasteelheer himself begon kort na de ontvangst meteen aan de rondleiding door het prachtige domein. De verschillende weetjes over onze landgenoot, de foto’s uit het Belgisch verleden van het kasteel en de mooie afsluiter in de kelders, het zijn zaken die in de collectieve Vipherinnering zullen gebrand blijven.

Ondergetekende was de dag ervoor naar het ‘Nouvel An Belge’ geweest en had dus niet veel slaap op zijn teller staan, maar het gebrek aan slaap werd ruimschoots gecompenseerd door de overdosis aan kennis.

Op naar de volgende activiteit en de volgende plek waar we ons Vlaams licht zullen laten op schijnen.

 

 

 

Deze website is onstaan dankzij de samenwerking van
logo myshoponline small
MyShopOnline webservices.

Vlaamse Verenigingen

Connect